| Starterscursus Damproblemen Maken – deel 2 |
|
In deel 1 zagen we negen motieven waarop je een damprobleem zou kunnen bouwen. Maar hoe kwam ik eigenlijk terecht bij motief 2a ? Het zal snel duidelijk worden. Inspiratie: composities van andere problemisten Beide onderstaande composities 2.1 en 2.2 werden gepubliceerd in De Problemist, een prachtig blad over damcompositiekunst - ook nuttig voor de partijspeler! - dat slechts 5 euro per uitgave kost en 6 maal per jaar verschijnt. Lekkerder dan 3 bakken koffie en veel langer houdbaar!
2.1 B.Meester 2.2 A.Kuyken
Problemisten kunnen zich door veel verschillende (dam)zaken laten inspireren. Bijvoorbeeld door een probleem van een andere problemist, door een zelf gespeelde partij of die van bijvoorbeeld een clubgenoot. Of door lukraak wat schijven op het bord te zetten en daarmee te spelen tot er een idee tevoorschijn komt, of misschien wel door de wereld om ons heen. Dat laatste kan bijvoorbeeld door een figuur, een getal, een woord. Er zijn vele mogelijkheden. Persoonlijk denk ik dat de meeste damproblemen ontstaan doordat problemisten elkaar beïnvloeden. Zo kwam ik een keer probleem 2.1 tegen. Het komt uit De Problemist van januari 1965 (maar ik trof het aan in Turbo Dambase, afdeling composities). "Auteur" (problemist) was de Fries Bauke Meester (1901-1988), vooral een ijzersterk oplosser van damproblemen. Hij zorgde er samen met vele andere "speurneuzen" voor dat de waarheid over vele damproblemen boven water is gekomen. Dat wil zeggen, of er bijvoorbeeld wel of niet een bijoplossing - toelichting volgt in deel 3 van de cursus - in zit. We waren nog niet in het computertijdperk beland en dus moest de problemist zelf met hulp van de oplossers zien uit te vinden of zijn creatie niet anders te winnen is dan via de gewenste methode. Meester was soms ook zelf actief als problemist en heeft best behoorlijke composities op zijn naam staan. De oplossing van zijn miniatuur (zeven tegen zeven schijven) is niet heel spannend, wel correct: 37-32, (23x43), 32x12, (43x32), 12-7, (1x12), 21-17, (bijvoorbeeld 12x21), 16x9, (4x13), 15-10 en het eerste motief (m1) van vorige keer - heb je het motievenblok bij de hand ? - is ontstaan. N.B. Als zwart geen keus heeft noteer ik in het vervolg niet meer altijd diens verplichte slagen, dat scheelt ruimte. In probleemrubrieken gebruiken we zelfs ook voor de witte zetten de verkorte notatie, om heel veel ruimte te besparen, maar in de cursus zal ik die niet gebruiken. Uiteraard zit er geen bijoplossing in dit probleem, want Meester bekeek zijn eigen werk goed! Vele problemisten zijn echter na het voltooien van hun eigen werkstuk zo "in de wolken" dat ze het produkt snel ter publicatie aanbieden. Als er dan een b.o. (bijoplossing) opduikt hebben ze spijt van hun overhaaste actie! Les: controleer je eigen composities goed. Kan het misschien ook anders dan je zelf wilt ?
Pas toen ik toevallig dia 2.2 (uit De Problemist van juni 1991) onder ogen kreeg bedacht ik me dat ik mezelf ook eens met het slotidee bezig zou gaan houden. Dat tweede probleem is van de enige dammer die zich zowel op het gebied van partijspel als dat van de compositiekunde (internationaal) grootmeester mag noemen: Andreas Kuyken. Het niveau van zijn composities is gemiddeld zeer hoog (dus laat je als beginner vooral niet ontmoedigen door zijn werk, hij behoort tot de absolute top!)
2.2a A. Kuyken 2.2b 27-21 2.2c
2.2d 50-44 2.2e 2x9 m1
In dia 2.2 krijgen we veel boeiende momenten te zien. Ik laat er enkele zien, te beginnen met de beginstand, dia 2.2a: 39-34, 44x15. "Nogal wiedes" zul je zeggen, maar hoe gaat het dan verder na 21-26 !? Zie dia 2.2b; zwart lijkt de stand plots weer gelijk te trekken, want als wit laat slaan wint zwart gewoon twee schijven terug. Toch is dit wel degelijk volgens wits winnende plan, want er volgt 27-21! (18x49), 21x1. Goede composities smeken er als het ware om na elke zet een momentopname (diagram) te tonen. We zijn pas net begonnen, maar hier volgt al meteen weer een interessant moment. En wat voor één! Kijk eens naar die prachtige 2.2c. Ongelooflijk toch ? Er is een situatie ontstaan waarbij zwart drie maal en wit twee maal ‘op slag' staat. Hoe gaat het verder ? Zwart slaat slim (26x37) of (49x35) om wit een foutieve slag (met de dam) aan te bieden. Die kiest echter voor 16x7! Om meteen door te gaan naar een tweede dam met 7-2!! Zie dia 2.2d. Wit heeft zichzelf getorpedeerd naar de velden 15, 1 en 2 en zet nu de kroon op het werk door 50-44, 48-43, 1-18!! en in dia 2.2e offert wit ook zijn tweede dam met 2x9. Na 15-10 - m1! - komt immers de winnende derde dam er aan. We zien in deze compositie een nuttige rol voor schijf 50 bij de inleidende actie, een verplichte zwarte schuif, een heuse schwalbe (hapt wit te vroeg met dam 1 ?), schuivend damhalen door wit, een ommetje van de zwarte dam, een wit damschuifoffer en een wit damslagoffer. Deze ‘modaliteiten' (effecten waaraan een probleem haar schoonheid dankt) ontstaan alle vanuit een mooie, want prettig ogende gescheiden aanvangsstand. Een compositie - de mooiste in de gehele cursus ! - van het niveau waar iedere problemist wel naar toe zou willen. Maar dan zijn er drie dingen nodig: 1. talent (inspiratie) 2. werklust (componeren) en 3.geduld.(onderzoek). En uiteraard ook 4: geluk (geen bijoplossing!)
De StartersCursus is vooral bedoeld om voor jezelf te ontdekken of je over minstens één van deze drie eigenschappen beschikt. Heb je er twee in mindere mate, dan kan het nog steeds heel leuk zijn om damproblemen te maken en alles valt op den duur te leren. Niet iedere dammer is immers ook topdammer. En als je bijvoorbeeld van de tien gemaakte damproblemen er maar 1 over houd heb je misschien toch een heel mooi damprobleem gemaakt. Ik wens je veel geluk toe!
2.3 ADvM m2a
Een voorzichtige start Toen ik zelf eens met het slotidee (zwarte schijven 13 en 32, witte die van 15 naar 10 schuift) aan de gang ging had ik vlotjes diagram 2.3 geregistreerd.. Oplossing: 34-30, 50x39, 35-30, 23x3, 3x9 enzovoort. Je kunt precies zien hoe dit probleem ontstond. Ik zette een rondslag 3x9 neer (net zoals Andreas Kuyken 1x9 moet hebben neergezet) en bouwde de stand vol met een paar meerslagen. De uiteindelijke diagramstand is echter niet fraai - anti-reclame voor de damproblematiek! - en een echt opmerkelijk moment bevat de oplossing nou ook weer niet. Ik zou de stand niet publiceren, al is het maar omdat er al veel te veel van dergelijke standen zijn gepubliceerd. De reden dat je ‘m nu wel ziet is dat ‘ie onderdeel uitmaakt van deze cursus. Niet alleen maar goede problemen, ook minder goede tot slechte! Snel na het vinden van 2.3 - die je als beginnend problemist wel mag publiceren! - bedacht ik me dat het damoffer op veld 9 vast geen mooiere, of enigszins in de buurt komende, bewerking dan die van Kuyken zou kunnen krijgen. Het moest dus anders. Als probeersel zette ik een zwarte schijf op veld 41 en offerde een witte dam met 26-37, om dan met schijf 15 naar 10 te lopen. Daarmee ging ik direct aan de slag. Na een paar minuten viel het me op dat als de witte dam vanaf veld 3 zou komen je die zwarte schijf ook vanaf veld 43 zou kunnen terug gooien. Duidelijk ? Ik bedoel dat de witte dam met 3-26 (37-41), 26-37 of met 3-20 (38-43), 20-38 er voor kan zorgen dat de zwarte schijf naar veld 32 terug wordt gebracht. Even later had ik bekeken dat zwarts laatste zet voorafgaand aan deze zetten altijd 32-37 of 32-38 moest zijn, want een zet met schijf 13 heeft geen zin. "Dat is wel geinig" hoor ik mezelf nog zeggen. Zou dit idee bekend zijn ? N.B. Als je al bezig bent geweest met het motievenblok van aflevering 1 (en zie dia m2a daarin) heb je wellicht ontdekt dat de dam ook op veld 12 kan staan!
Navraag Aan enkele eindspelkenners (Johan Bastiaannet en Gerrit de Bruijn) vroeg ik of zij het idee kenden uit de eindspelliteratuur. Dit bleek niet het geval. Ook kwam ik nergens slagwerk tegen uitkomend op de stand 13.32 = 15.dam3 (de motiefstand met zwarte schijven op 13 en 32, witte schijf op 15 en witte dam op 3). Conclusie: ik had er vertrouwen in dat het motief nieuw zou (kunnen) zijn. Nadere studie leidde tot dermate veel mogelijkheden dat ik dit motief heel geschikt achtte voor een cursus componeren... Het cursusmotief was geboren! De damgeschiedenis zit echter vol geheimen. Het kan altijd nog gebeuren dat een vondst die je al lange tijd tot je eigen ontdekkingen rekent toch door iemand anders al eerder blijkt te zijn gedaan! Wat dat betreft is damproblematiek absoluut geen eerzuchtige bezigheid. Het is een ontdekkingstocht naar de schoonheid van het damspel, zonder de bedoeling ‘de beste' te willen worden. Wel zou elke problemist graag zo veel mogelijk kijkers gelukkig maken met ‘zijn' composities. Geen enkele kunstenaar kan zonder publiek. De cursus heeft naast het doel nieuwe problemisten werven dan ook de insteek een breder probleemminnend publiek aan te boren.
De enige opdracht (vraag) die ik de cursist nu stel is: probeer zelf eens door middel van slagwerk het cursusmotief te bereiken. Je vondsten kun je naar mij opsturen: Dit e-mailadres is beschermd tegen spam-bots, U heeft Javascript nodig om dit weer te geven . Heb je nog last van drempelvrees dan kun je ook wachten op de volgende aflevering om te zien of jouw ‘bewerking' te vinden is tussen de reeds door mijzelf gevonden composities. |


