StartersCursus Damproblemen Maken

Welkom in de wereld van de damcomposities en hoe ze ontstaan!

Deel 1            Motievenblok en de inhoud van de cursus

Inleiding

Damcomposities zijn altijd het eindresultaat van een studie, een onderzoek. Vaak klein. Ook vaak onderhoudend, soms heel uitvoerig. Meestal krijgt de kijker – de oplosser of ‘naspeler’ – alleen dat eindresultaat te zien, zonder alle voorbereiding. In deze eerste aflevering van de cursus damproblemen maken laat ik daarom alleen een serie standjes zien die de basis van een uiteindelijke compositie kunnen vormen. Alleen “motieven”. Een motief is een kleine reststand waarin zwart aan zet is, resterend na een combinatie of de slotfase van een eindspelcompositie.

StartersCursus Damproblemen Maken (2009)

Welkom in de wereld van de damcomposities en hoe ze ontstaan!

Deel 1            Motievenblok en de inhoud van de cursus

Inleiding

Damcomposities zijn altijd het eindresultaat van een studie, een onderzoek. Vaak klein. Ook vaak onderhoudend, soms heel uitvoerig. Meestal krijgt de kijker – de oplosser of ‘naspeler’ – alleen dat eindresultaat te zien, zonder alle voorbereiding. In deze eerste aflevering van de cursus damproblemen maken laat ik daarom alleen een serie standjes zien die de basis van een uiteindelijke compositie kunnen vormen. Alleen “motieven”. Een motief is een kleine reststand waarin zwart aan zet is, resterend na een combinatie of de slotfase van een eindspelcompositie. Bij voorkeur nadat er meerdere door zwart te kiezen varianten blijken te zijn die elk voor wit slechts één winstgang tellen. In de afleveringen 2 tot en met 7 van de cursus pak ik elk motief bij de hand en illustreer dat met diagrammen en woorden. Aan het eind van de cursus, in aflevering 7, volgt een index met een greep termen die je als beginnend problemist behoort te kennen. Die greep is overigens slechts een kleine uit de ruime woordenschat die de damproblematiek rijk is. De cursus, die open staat voor gasten van alle leeftijden (maar ik vermoed dat zestien jaar een goede leeftijd is om met damproblematiek te beginnen), is namelijk vooral bedoeld om je enthousiast te maken voor het zelf componeren. Het werkelijke aanleren van het vak volgt als je “de vonk” te pakken hebt en aan de hand van persoonlijk contact – met mij of een andere ervaren problemist – in de praktijk meer ervaring op zult doen. Een opleiding voor damproblemisten heeft nooit bestaan, altijd was het de problemist die graag het vak doorgeeft aan zijn leerling(en).

Starters Concours

Hoewel het de bedoeling is dat deze cursus online blijft is het een mooie bijkomstigheid dat er eind dit jaar een nieuw Startersconcours wordt georganiseerd door de Kring Voor Damproblematiek, namelijk door de jonge problemisten Arjen Timmer en Krijn Hemminga. Als het je lukt om deze cursus helemaal door te nemen – niet zo moeilijk, ik heb mijn best gedaan de stof zo toegankelijk mogelijk te maken, al verlang ik wel van je dat je de damnotatie kent - weet je naderhand veel meer van damproblematiek dan nu. Je kunt dan vol vertrouwen aan het concours voor startende problemisten (2009-2010) meedoen! Verwacht echter niet dat je na het doornemen van deel 1 en 2 van de cursus al meteen geweldige resultaten boekt, laat je verrassen door de opbouw van het geheel. Graag zie ik antwoorden binnen komen op de vragen die ik af en toe zal stellen. Je kunt jouw antwoorden sturen naar het e-mailadres Dit e-mailadres is beschermd tegen spam-bots, U heeft Javascript nodig om dit weer te geven . Er zal vast veel componeertalent in Nederland rondlopen, het hoeft alleen nog maar te ontwaken! Wie weet ben je de nieuwe Leen de Rooij, Johan Bastiaannet of Frans Hermelink. Ontdek de onvermoede damkunstenaar in jezelf ! Mocht je later instappen – als bijvoorbeeld deel 5 ook al op deze site geplaatst is – laat je dan niet afschrikken en doe mee! Je kunt gewoon bij deel 1 beginnen en dan sneller door de cursus wandelen, want je hoeft immers niet meer te wachten op deel 2 tot en met 5.

  1                                   2a                                  2b

 1a.jpg  2a.jpg   2b.jpg

  3a                                 3b                                  3c                         

 3a.jpg  3b.jpg   3c.jpg

  3d                                 4a                                  4b

3d.jpg   4a.jpg   4b.jpg

Motievenblok

In deel 2 leg ik uit hoe ik tot de motieven m1 tot en met m4b (zie diagrammen, telkens is zwart aan zet) ben gekomen. Nu gebruik ik ze alleen om je te laten wennen aan het omgaan ermee.

In m2a (motief 2a) wint wit terwijl deze kleur niet aan zet is. Zwart kan er bijvoorbeeld voor kiezen met schijf 13 te spelen, maar dat verliest vrij kansloos – probeer maar. Slimmer is het natuurlijk voor 32-37 of 32-38 te kiezen. In beide gevallen lijkt het voor wit onmogelijk nog te winnen,.maar door de witte dam op te offeren lukt het toch nog. Bijvoorbeeld (32-38), 3-20! (38-43), 20-38! (43x32) en de zwarte schijven staan weer zoals in m2a, alleen nu met wit aan zet. Met 15-10 verschijnt dan de stand van het eerste diagram, m1. Zwart blijkt verkoren want de aanval in de rug [10-4] is te hinderlijk. Er volgt (13-18), 10-4, (18-23), 4-15! en nu op (23-28) 15-42 enzovoort en op (32-37) 15-10 met winst. Nu gaan we even terug naar m2a, zwart speelde (32-38) waar ook (32-37) mogelijk is. Dat komt echter op hetzelfde neer dankzij 3-26! (37-41), 26-37! enzovoort.

Hier hebben we dus twee, weliswaar vrijwel dezelfde varianten in het motief! Op basis van m2a kun je zoeken naar allerlei variaties, uitbreidingen. Ik heb er een aantal op diagram gezet. De enige opdracht voor deze keer luidt ze te bekijken. Hoe kom je met zwart aan zet telkens weer op m2a uit ? En indirect dus ook weer op m1. Dat kun je zelf uitzoeken. De bijbehorende vraag is zelf ook te zoeken naar uitbreidingen. Ik heb namelijk enkele mogelijkheden met opzet weg gelaten! Stuur die naar mij op! N.B. Het damspel is zo rijk aan mogelijkheden dat je misschien wel een motief vind dat mij ontgaan is…

Het is handig als je de diagrammen met de bijbehorende m-nummers uitprint, zodat je ze voor de ‘echte’ componeersessies bij de hand hebt. Ter controle geef ik de motieven ook in cijferstand, waarbij de letter D voorafgaande aan een cijfer betekent dat we te maken hebben met een dam.

1          13.32 = 10

 

2a        13.32 = 15.D3

2b        4.32 = 14.15.D3

 

3a        13.27 = 20.D3

3b        13.36 = 20.42.D3

3c        2.13.27 = 20.D26

3d        2.13.21.31 = 20.42.D3

 

4a        13.16.24.33 = 27.37.38.42.D3

4b        2.13.16.24.33 = 19.27.37.38.43.D3

 

Problematieke genres

Tot besluit van deze eerste aflevering noem ik een aantal genres die in de damproblematiek voorkomen en die elk zo hun beoefenaars (en bewonderaars) hebben. Misschien ontdek je tijdens de cursus wel waar voor jouw gevoel je voorkeur naar uitgaat. Het kan ook zijn dat je, zoals ik, een paar voorkeursgenres ontwikkelt.

Eindspel, miniaturen (klein slagwerk), notendoppen, schuifdwang, groter slagwerk, “fantasie” (in de zin van grote standen met dammen in de beginstand), praktische slagzetten en openingsstudies (vaak met de opdracht schijfwinst te behalen), Afgezien van de laatste groep zullen al deze genres in de cursus aan bod komen. De nadruk ligt op motief-bewerkingen en klein slagwerk omdat dit voor beginnende problemisten het meest toegankelijke terrein is. In de hoofdstukken 5 en 6 komt echter ook aan bod hoe je vanuit een slagsysteem kunt componeren en er dan eventueel een passend motief bij kunt zoeken.

Het voordeel daarvan is dat, mits de poging lukt, het eindresultaat vaak aantrekkelijker is. Juist de combinatie maakt het damspel immers zo boeiend en hoe ingenieuzer het slagsysteem hoe mooier de combinatie.

Niet alle standen die in deze cursus aan bod komen zijn normaal gesproken geschikt voor publicatie. Lang niet alle zelfs. Maar deze cursus is dan ook bedoeld om te laten zien hoe het een problemist vergaat op zijn weg naar enkele composities. Tijdens dat proces komen er vele teleurstellingen, maar ook verbazingwekkende momenten op zijn pad.

 

Opbouw van de cursus

Waarschijnlijk ben je inmiddels benieuwd hoe de cursus verder is opgebouwd. Daarom geeft ik hieronder een overzicht van de hoofdstukken en de daarin behandeld thema’s.

 

Deel 1   Motievenblok – een mogelijke basis voor het vinden van mooie composities.

 

Deel 2   Inspiratie – de geboorte van een nieuw motief, het “cursusmotief”

 

Deel 3   Het cursusmotief bewerkt .

             Over pech en geluk. Niet alles wat op je bord verschijnt zal van goud blijken

             maar zilver of brons is ook goed.

             Problematieke termen: bijoplossing en zetverwisseling

 

Deel 4   Nieuwe mogelijkheden: het motief één zet verder terug gewerkt

               Problematieke aspecten: publicatie en vooronderzoek.

 

Deel 5    Complexe motieven en fantasie

               De zwarte tegenactie. Van motief naar slagsysteem.

               Inspiratie opdoen tijdens het analyseren

 

Deel 6     Zijsprong: het slagsysteem

 

Deel 7     Terugblik. Welke composities wel en niet publiceren ?

                 Het kladboek van de problemist. Bekende composities achterhalen.

                 Index van problematieke termen in de StartersCursus.

 

Ik zou het bijna vergeten. Uw cursusleider stelt zich aan hen die hem (nog) niet kennen even voor

 

Arne van Mourik componeert sinds 1993 damproblemen, vanuit creatief oogpunt damcomposities genoemd, en is bij het ”partijspelerspubliek” vooral bekend van zijn jaarlijkse serie composities bij het “Nijmegen Open”. Als partijspeler heeft hij zelf een aardige staat van dienst. O.a. twee maal plaatsing voor de Halve Finalas NK en een gelukswinst op oud-wereldkampioen Harm Wiersma (!) in de nationale competitie. Maar zijn werkelijke dampassie ligt bij de damkunst (damproblematiek). Sinds augustus 2000 is hij redacteur van De Problemist en heeft hij zich ontwikkeld tot een kundig problemist. Arne vindt het belangrijk dat er nieuwe generaties problemisten blijven komen – die van hem zelf is nogal mager bezet! – en zal dus iedereen die graag creatief met de schijven aan de gang wil met advies bijstaan. Daarom schenkt hij in deze cursus niet alleen aandacht aan het componeren zelf, maar ook aan “de wereld van de damproblematiek”, die misschien toegankelijker is dan het lijkt. Tevens is hij sinds 2007 bibliothecaris van de Kring voor Damproblematiek (KVD) wat hem veel inzicht in het boeiende problematieke verleden geeft en bovendien veel contact met collega onderzoekers oplevert. Wat hem het meest verbaast ? Dat er tussen ca. 1900 en 1970 in Nederland enkele honderden problemisten waren en tegenwoordig veel minder. Het kan toch niet waar zijn dat er tegenwoordig minder te genieten zou zijn van componeren ? Tijd om een nieuwe lichting damkunstenaars de wereld van het dambord te laten ontdekken! Want er is nog zo veel te ontdekken…